Hartfunctie non-invasief
Binnen de hartfunctie non-invasief worden verschillende diagnostische onderzoeken uitgevoerd met betrekking tot het hart . Om de service naar huisartsen in de regio te verbeteren, hebben de huisartsen sinds enige tijd ook de mogelijkheid om rechtstreeks vanuit hun praktijk onderzoeken voor patiënten aan te vragen.
De onderzoeken die hier gedaan worden zijn:
Eventrecorder
Ook worden hier controlespreekuren gehouden voor patiënten met een ICD of pacemaker.
De afdeling beschikt over 4 echokamers, 2 kamers voor inspanningstesten (loopband of fiets), 2 ruimtes waar holters of eventrecorders kunnen worden aangesloten en 2 kamers waar ICD’s en pacemakers kunnen worden doorgemeten.

U vindt de afdeling Hartfunctie non-invasief op niveau 3, aan de noordzijde van het Poliplein, volg H niveau 3.
- Eerste volledig onderhuidse ICD’s geïmplanteerd in Maastricht UMC+
Onlangs zijn cardioloog dr. J. van Opstal en dr. G. Geskes van het Maastricht UMC gestart met het volledig subcutaan (onder de huid) aanbrengen van Implanteerbare Cardioverter-Defibrillatoren (ICD’s). - Hartklep vervangen via de halsader
Een cardiothoracaal chirurg en een cardioloog van het academisch ziekenhuis Maastricht (azM) zijn er onlangs in geslaagd via de halsader een nieuwe biologische (tricuspidalis)hartklep te plaatsen bij een 74-jarige vrouw. Deze route is niet eerder toegepast. - Hypertensie centrum Maastricht UMC+ centre of excellence
Het Maastrichtse hypertensie centrum is het derde centrum dat zich centre of excellence mag noemen van de European Society of Hypertension. Dat wil zeggen dat wordt voldaan aan de criteria op het vlak van het aantal patiënten, diagnose-faciliteiten, fundamenteel onderzoek en therapie-onderzoek. - AF-polikliniek boekt goede resultaten
Patiënten die worden behandeld aan de hartritmestoornis boezemfibrilleren in de speciaal daarvoor opgezette polikliniek van het azM / Maastricht UMC+ hebben betere vooruitzichten dan patiënten die de gebruikelijke zorg krijgen. Dat blijkt uit onderzoek dat dinsdag 5 april 2011 is gepresenteerd tijdens het 60e congres van het American College of Cardiology in New Orleans.


